Legionellabesmetting ligt altijd op de loer

https://digimagazinefmtgezondheidszorg.nl/?138823130p16

infectiepreventie |

tekst • Frank van Wijck  FMT juli 2023.

Shutterstock_1633733491

Velen zullen zich nog de Westfriese Flora in Bovenkarspel herinneren, waar een legionellabesmetting vanuit een bubbelbad mensen ziek maakte. De meeste mensen worden niet ziek van deze bacterie, maar voor mensen die om wat voor reden dan ook verzwakt zijn, ligt dat risico wel degelijk op de loer. In zieken- en verpleeghuizen bijvoorbeeld. Deskundige infectiepreventie Tineke Emans heeft ruime ervaring met risicobeheersing.

Legionellabesmettingen in zieken­huizen en zorgcentra zijn een reëel risico, stelt Tineke Emans. “In zo’n gebouw is altijd wel een tappunt dat niet frequent wordt gebruikt”, vertelt ze. “Je ziet het vaak in een ruimte waarin spullen staan opgeslagen. Ook komt het voor dat bij een verbouwing leidingen niet zijn verwijderd maar afgekoppeld van­wege ‘kan nog wel eens van pas komen’. Maar ook in een nieuw opgeleverd gebouw kan legionella voorkomen. Tussen de installatie van de watervoorziening en de officiële opening van het gebouw zit vaak een periode van maanden.”

Shutterstock_1501249292

Legionella gedijt bij vocht en een temperatuur van zo’n 35 graden. “Het heeft voeding nodig en die vindt het in leidingen waarin een bio­film ontstaat”, vertelt Emans. “Dat is de ideale habitat. Via die leidingen kan het zich verspreiden.”

Beheersplan

Ziekenhuizen en woonzorgcentra zijn er prioritaire instelling voor, want er zijn veel tappunten en veel kwetsbare mensen. Ze hebben daarom de verplichting een legionellabeheersplan op te stellen. Ze moeten de tappunten regelmatig laten controleren door erkende instanties. Dit kunnen gespecialiseerde laboratoria zijn, maar ook artsen microbiologie die op basis van de correcte NEN-normen werken.

De Regeling legionellapreventie in drinkwateren warm tapwater biedt een handleiding voor de preventiemaatregelen die ze in dit kader dienen te nemen. Een van de hierin genoemde maatregelen is de verplichting eens per half jaar watermonsters af te nemen. “Een verplichting die niet alleen geldt voor zorgaanbieders die vastgoed in eigendom hebben”, zegt Emans. “Bij huur is sprake van een gedeelde verantwoordelijkheid tussen huurder en verhuurder. Wordt een legionellabesmetting vastgesteld, dan is er meldingsplicht bij de GGD.”

De eerste vraag bij het vaststellen van een besmetting is ‘Bent u recent in het buitenland geweest?’. “Dit kan bij een ziekenhuispatiënt het geval zijn, maar is bij een verpleeghuisbewoner natuurlijk niet aan de orde”, zegt Emans. “Dan is het verder zoeken. Is er een besmet tappunt? Is recent ergens in het gebouw iets veranderd aan het leidingstelsel? Zitten ergens warm- en koudwaterleidingen te dicht op elkaar? Is sprake van loze leidingen? Was de ketel wel afgesteld op minimaal zestig graden? Als koeltorens worden gebruikt, worden die dan tijdig schoongemaakt? Elimineren dus.”

Zoeken naar de oplossing

Wordt legionella aangetroffen, dan is het zaak het betreffende leidingdeel zo snel mogelijk schoon te maken. “Om verdere problemen te voorkomen, kunnen legionella-werende douchekoppen en kraanfilters worden gebruikt. Deze zijn voorzien van een fijnmazig Hepa-filter”, vertelt Emans. “Dan kunnen de betreffende waterpunten in gebruik worden gehouden, maar is de brand natuurlijk nog niet geblust. De echte oplossing begint met het spuien gedurende tien minuten van de tappunten. Vaak volstaat dit niet, en moet een chemisch desinfectiemiddel worden gebruikt. Thermische desinfectie is ook een optie: water boven zestig graden brengen en daarmee de leidingen doorspoelen. Communicatie is dan belangrijk. De technische en facilitaire dienst, de afdelingsmanagers en de medewerkers moeten allemaal op de hoogte zijn van het probleem en moeten weten dat ze tappunten niet mogen gebruiken omdat de leidingen dan worden gespuid.”

‘Soms is het onontkoombaar leidingen opnieuw aan te leggen’

Blijkt dan op basis van nieuwe watermonsters dat de legionella nog steeds niet weg is of frequent blijft terugkomen, dan is het een optie over te gaan naar koper/zilverionisatie. “Hierbij is zorgvuldigheid essentieel”, zegt Emans. “Op veel plekken in de zorg – denk bijvoorbeeld aan medicijnbereiding in de apotheek – is zuiver water nodig. Soms is het onontkoombaar leidingen te verwijderen en opnieuw aan te leggen.”

Preventie

In antwoord op de vraag hoe groot het probleem is in de zorg, zegt Emans dat er altijd wel een instelling is waar even een probleem is. “De meest praktische preventiemethode is iedere week op een wisselende dag de kranen en douche vijf minuten laten spoelen”, zegt ze. “Registratie is belangrijk om te garanderen dat dit consequent gebeurt. En niet overal tegelijk, want dan valt de waterdruk weg en dat is ook weer een voedingsbodem voor legionella. Ook niet de waterdruk te laag instellen dus.”

Een zorginstelling kan het zich nooit veroor­loven te zeggen dat ze het legionellaprobleem onder controle heeft. “Het vergt voortdurende kennisontwikkeling, actie en alertheid”, zegt Emans. “Daarom is de regelgeving ook zo streng dat iedereen wordt gedwongen erover na te denken. Er is altijd wel een technische dienst of een facilitair manager die het onderwerp op zijn netvlies heeft. Maar dat doet niets af aan het feit dat mensen vaak toch pas door schade en schande wijzer worden.” 

Tineke Emans

Tineke Emans, deskundige infectiepreventie: “Legionella heeft voeding nodig en die vindt het in leidingen waarin een biofilm ontstaat. Dat is de ideale habitat.”

Zelfstandig consultant deskundige infectiepreventie Tineke Emans is eigenaar van het in Tiel gevestigde bureau Hygiene­consultancy. Dit werkt vooral voor zorggerelateerde instellingen, maar ook voor justitiële inrichtingen. Ze is van 2016 tot 2020 voorzitter geweest van de Vereniging voor Hygiëne en Infectiepreventie in de Gezondheidszorg (VHIG). Door haar jaren­lange ervaring als deskundige infectiepreventie heeft ze veel expertise op het gebied van legionellapreventie.

Heeft u een vraag of wilt u contact opnemen?